Al een paar dagen radiostilte op deze Blog. Geen wonder, want we zijn New Orleans ingedoken en aan verslagen schrijven helemaal niet meer toegekomen.
We zijn hier tijdens het jaarlijkse New Orleans Jazz and Heritage Festival, kortweg JazzFest. Een gigantisch muziekfestival dat echt leeft onder de bevolking. Je moet niet vreemd opkijken als iemand je in de supermarkt of op straat een “Happy JazzFest” toewenst. Het JazzFest speelt zich overdag af op het terrein van de renbaan en ‘savonds in downtown New Orleans, met name in en rondom het French Quarter.

Die wijk is zo overdonderend, dat we aan dat hele festival op de renbaan nog niet ijn toegekomen. Overal is hier muziek. Jazz, blues, gospel, brass, a capella zang, cuban, latin; noem maar op. Een van topacts op de renbaan is zelfs Bon Jovi. En om dat nou Jazz te noemen gaat zelfs mij te ver, maar goed, de kachel moet branden, zullen we maar zeggen en je hoeft er niet naartoe want een podium verderop staat Sonny Rollins te toeteren, dus dan is de keuze makkelijk gemaakt!.

We gaan je hier niet vervelen met opsommingen van bands die we hebben gezien en gehoord, want als je er niet bij bent geweest zegt ’t niet zoveel en in foto’s kun je nou eenmaal geen muziek overbrengen. Maar toch een paar plaatjes en praatjes om je een indruk te geven:
Op de kruising van Charles-Street en Royal-Street kwamen we drie a-capella zingende heren tegen. Zeg maar de mannelijke en Amerikaanse versie van Truus Gaat Uit Wandelen. (Nico Goes to N’Awlins, zogezegd) Daar moest Esther natuurlijk mee op de foto en een stukkie meezingen.
In de Spotted Cat (waarover later meer) kwamen we aan de praat met Harold. Harold is een trompettist van 84 die nog bijna dagelijks speelt in verschillende bandjes en al zijn hele leven lang actief is in New Orleans. Hij heeft ’t dus nog meegemaakt dat Louis Armstrong op deze zelfde plek stond en dat Sydney Bechet hier zijn Petite Fleur uit zijn cornet perste. Een wandelend stuk jazzgeschiedenis en het beste bewijs dat muziek je jong houdt!
Op straat kom je de leukste muziek tegen. Authentiek, origineel, gedreven. Dit clubje maakte een soort van Hillbilly BlueGrass. Let even op de bassist. Bij gebrek aan een echte contrabas neem je gewoon een wasteil, je bevestigt in het midden van de bodem een stevig stuk touw dat je aan de andere kant vastknoopt aan een bezemsteel. Die zet je op de teil en klaar is Kees (eh… Bas). Door aan de bezemsteel te gaan ‘hangen’ verhoog of verlaag je de kracht die op het touw staat en daarmee de toonhoogte. Plukken maar! Klonk fantastisch; grote pret!
Jong geleerd is oud gedaan. Dat geldt niet alleen voor ’t meiske dat hier voor de band staat te dansen en van geen ophouden wist (ook al wilden haar ouders verder lopen) maar ook voor de muzikanten zelf. Je ziet hier heel veel brassbandjes bestaande uit jongelui die zeer aanstekelijk en vol overgave funky, swingende brassmuziek maken. Veel Duke Ellington stukken, maar ook opgefunkte en verjazzte volksdeuntjes en popsongs. Ach ja, je kunt overal jazz van maken, nietwaar?

En is dit nou kinderarbeid? ’t Zal best, maar zolang het speelplezier er van af spettert, heb ik er geen moeite mee. En zij ook niet, zo te zien en zo te horen.
De jongste muzikant die we tegenkwamen was de drumster van deze band. Een meisje van zo’n acht, negen jaar oud die tussen de verschillende sets door gewoon met haar skateboard en springstok speelde. (rechts onderaan op de foto). Samen met je moeder, je grote broer en je -aangetrouwde- oom op zondagmiddag muziek maken, wat wil je nog meer? We hebben een tijdje erbij gestaan. In de tip-buckets valt een gestage stroom dollarbiljetten, dus waarschijnlijk kan dit prima uit.