Allemaal juichverhalen over hoe leuk en gezellig het hier is en hoe vol van muziek deze stad is. Je zou bijna gaan denken dat er hier helemaal geen slechte muziek wordt gemaakt of gedraaid. Voor een ietwat objectiever en vollediger beeld: dat is bepaald niet zo. Er wordt hier heel erg goed gemusiceerd, maar ook heel erg slecht. Een drummer die een glanzende carriere als houthakker is misgelopen, een zangeres die haar stem beter had kunnen lenen aan een anti-muizen campagne, zo schrikbarend vals als zij een jankende kat imiteerde, terwijl ze waarschijnlijk dacht een verbluffend goede interpretatie van Billy Holiday weg te zetten, een gitarist die net de eerste les van het “fingerpicking for dummies” zonder al te veel succes had doorgewerkt en meende dat die schamele basis voldoende was voor een goedgevulde tip-bucket: je komt ’t hier allemaal ook tegen.

Maar wat spant de kroon? Bourbon Street! Pardon? Ja inderdaad: Bourbon Street!
De meest bezongen straat in New Orleans (en misschien ook wel in de rest van USA), waar het volgens de legenden allemaal is begonnen en waar je het muzikale Nirvana verwacht, blijkt nog een slag erger te zijn de het Damrak of het Rembrandsplein op zaterdagavond.
Knetterharde, trommelvlies-tergende kolereherrie uit zichzelf als music-bars aanprijzende etablissementen worden afgewisseld met hoerententen uit de Hustler-franchiseketen van Larry Flint, ook niet bepaald het toppunt van verfijning en goede smaak.

Het zal vroeger allemaal vast anders, beter, smaakvoller zijn geweest, maar ons zie je niet meer terug. Bourbon Street: defenitely NOT the place to be…